Online boek van Carl Welkisch: De mens tussen Geest en Wereld
11. De ziel in het tussenrijk
Weet hebben van het feit van persoonlijke voortleven na de dood van het lichaam, is het kernpunt van alle religiositeit. Wanneer dat weten verdwijnt, verdwijnt ook de behoefte om zich op de een of andere manier op een volgend leven in te stellen en voor te bereiden. De kerkelijke leerstellingen moeten, voor zover ze op het leven aan gene zijde slaan, bij de mens van tegenwoordig wel heel irreëel overkomen. Wat kan hij beginnen met de verkondiging van » de opstanding van het vlees « en een » opwekking op de Jongste Dag « ? Helaas kunnen slechts weinig geestelijken van alle christelijke confessies een bevredigend antwoord geven op de vraag naar een volgend leven.
Natuurlijk moet je eerst zelf de volle zekerheid van het leven aan gene zijde in je dragen, levende kennis daarvan hebben; het alleen maar als waar beschouwen dat het zo wel zal zijn, heeft nooit de kracht om anderen van de werkelijkheid van het leven aan gene zijde te overtuigen. Men hecht ook te weinig waarde aan de woordkeus, want het is een wezenlijk verschil of je over gestorvenen als » ontslapen « spreekt of dat je zegt dat ze » naar huis zijn gegaan « of » afscheid hebben genomen « . De twee laatste aanduidingen kenschetsen hen als levende mensen, die naar huis zijn gegaan of afscheid van ons hebben genomen en tijdelijk van ons gescheiden zijn.