Online boek van Carl Welkisch: De mens tussen Geest en Wereld

12. Het lot van zelfmoordenaars

Zelfmoord is, vanuit de geest gezien, een zware misdaad. Misschien is de schuld van de zelfmoordenaar wel het zwaarst, wanneer hij de daad ten uitvoer brengt met zo’n theatraal verheven gebaar, dat voor vele anderen de ware betekenis ervan verdoezeld wordt. Daar is bijvoorbeeld die beroemde professor die, plotseling beroofd van het licht van zijn ogen, in volkomen kalmte vaststelt dat verder leven doelloos is omdat hij zich niet langer op de oude manier aan zijn studie kan wijden, en nu met een superieure glimlach vrijwillig de dood ingaat. De ongelukkige, met al zijn kennis toch onwetend, weet niet dat hij zichzelf het leven niet heeft gegeven en het zichzelf dus ook niet kan afnemen. Zijn geleerdenhoogmoed, die geen ruimte meer laat voor het eenvoudig en deemoedig plaatsen van het schepsel onder zijn Schepper, verbergt deze meest eenvoudige kennis voor hem. En dan is er die occultist, de » wetende « door scholing van zijn wil en denken; zou hij over een persoonlijk voortleven niet méér moeten weten? Maar ook hij is slachtoffer van een waanidee. Hij heeft niet eens een schijnbare aanleiding. Alleen om zijn door eigen genade verkregen volkomen macht, zijn verhevenheid op de zelf beklommen hoogte van ontwikkeling te bewijzen, laat hij op een bepaald tijdstip de wereld der zintuigen verachtelijk achter zich.


12. Het lot van zelfmoordenaars
Pagina's in dit hoofdstuk:
62, 63, 64, 65, 66, 67, 68, 69, 70

    
www.vergeestelijking.nl