Online boek van Carl Welkisch: De mens tussen Geest en Wereld

14. De geestelijke aard van materie

De wegen waarlangs de geest inzicht naar het denken van de mysticus toeleidt, zijn verschillend. Ik heb geestelijke heldervoelendheid in mijn lichaam meegekregen, nodig voor de inzichten die ik zou ontvangen en voor de taak waarvoor ik bestemd was. Niet alleen mijn ziel, maar ook de materie van mijn lichaam had qua aanleg een zodanige gesteldheid, dat deze zo volkomen mogelijk openstond voor het binnentreden van de geest. Een dergelijke openheid van de lichamelijke stoffelijkheid voor de inwerkingen van de geest brengt noodzakelijkerwijs met zich mee dat de gevoeligheid van het gehele lichaam op buitengewoon sterke wijze toegenomen is, en wel des te meer naarmate de geest zich nauwer met de materie verbindt. Parallel daaraan wordt voor de toegenomen heldervoelendheid het innerlijke wezen van de materie steeds duidelijker waarneembaar.

Op grond van mijn heldervoelende waarnemingen kwam ik tot het inzicht dat datgene, wat materie heet, in feite niets anders is dan geest - zij het ook geest die in een volledig ongeestelijke toestand geraakt is. De geestelijke natuur van de materie is voor een geestelijk heldervoelend mens levende werkelijkheid en beslist niet een puur abstracte conclusie.


14. De geestelijke aard van materie
Pagina's in dit hoofdstuk:
76, 77, 78, 79, 80

    
www.vergeestelijking.nl