Online boek van Carl Welkisch: De mens tussen Geest en Wereld

Er zou dus » alleen maar « een totale ommekeer van hun levenswil nodig zijn om de materie ook wat haar verschijningsvorm betreft weer geest te laten worden, zodat ze alle gebondenheid zou verliezen en weer vrij en » immaterieel « zou worden. Een dergelijke omkering van wilsrichting betekent echter hetzelfde als het definitief afzien van alle eigen wensen, betekent het geheel en al opgeven van alles wat » eigen « is - een eis, die de kortzichtige, zelfzuchtige eigen wil als een oproep tot volledige zelfvernietiging opvat en daarom niet kan aannemen.

Ik spreek hier natuurlijk niet over de door hoger inzicht te leiden wil van de totale persoonlijkheid van de mens, maar over de levenswil van de kleinste delen van de lichaamsmaterie; deze deeltjes zijn er in een natuurlijk, geestelijk niet heldervoelend mens nog ver van verwijderd om een helder bewustzijn te hebben, maar leven en streven vanuit een instinctmatig gevoel. Met hoger inzicht kun je geen vat op ze krijgen; ze moeten in de grootste nood en uiterste vertwijfeling worden gestort en hun totale machteloosheid beleven, om hen hun starheid te laten opgeven. Dat gebeurt door het sterven en uiteenvallen van het lichaam tijdens de ontbinding.


14. De geestelijke aard van materie
Pagina's in dit hoofdstuk:
76, 77, 78, 79, 80

    
www.vergeestelijking.nl