Online boek van Carl Welkisch: De mens tussen Geest en Wereld

15. Dood, begrafenis en gedaanteverandering

Gewoonlijk trekt de geest zich al uren, soms zelfs dagen vóór het intreden van de dood uit het lichaam terug. Daardoor wordt het bewustzijn van de nog in het lichaam verblijvende ziel duidelijk minder, vaak zelfs tot volledige bewusteloosheid toe, zodat de stervende van de verdere processen van losmaking nauwelijks iets voelt. Dit losmaken voltrekt zich bij mensen, wier ziel enigszins naar hun geest neigde, zonder grote strijd. Anders is het bij sterk werelds ingestelde mensen. Hun ziel wil het lichaam niet loslaten; ze klauwt zich erin vast, en de geest heeft grote moeite om haar eruit te lokken.

In heel extreme gevallen van wereldliefde komt het voor dat de ziel met haar lage delen - zelfs nadat alle levensuitingen van de lichamelijke organen opgehouden zijn - nog in het lichaam blijft. Weliswaar onttrekt de geest alle hogere krachten aan haar, waarbij ze in diepe machteloosheid en suffe verdoving wegzakt, maar aan het lichaam houdt ze vast; en pas door de beginnende ontbinding wordt ze dan uit haar verlamming opgeschrikt en - in de meest letterlijke zin - van walging uit het lichaam gejaagd. In het geval van crematie voelt zo’n ziel ook nog de pijn van het verbranden, waardoor ze dan uit het lichaam verjaagd wordt.


15. Dood, begrafenis en gedaanteverandering
Pagina's in dit hoofdstuk:
81, 82, 83, 84, 85, 86

    
www.vergeestelijking.nl