Online boek van Carl Welkisch: De mens tussen Geest en Wereld
16. Vergeestelijking van de lichaamsmaterie
Het eigenlijke doel van ontwikkeling is de eenwording van de totale mens. Niet alleen geest en ziel moeten tot een eenheid versmelten, maar geest, ziel en lichaam moeten één volledig uniform wezen worden; pas daardoor wordt de mens een vrij kind van God. Als hij dan de voor hem bestemde plaats in het rijk Gods wil innemen, waar nieuwe opgaven op hem wachten, dan moeten alle drie de wezenslagen eerst een verandering ondergaan. Deze verandering heeft Jezus als » opnieuw geboren worden « aangeduid. Uit eigen kracht kan de mens dit niet bewerkstelligen, hij moet zichzelf aan de werkzaamheid van God toevertrouwen, en deze werkzaamheid loopt altijd via de geest van de mens. Daarom is eerst de wedergeboorte nodig uit al het eigen willen tot volledige overgave aan de goddelijke wil. Ziel en lichaam, de wezenslagen die allebei uit de aards-kosmische wereld afkomstig zijn, zijn samengesteld uit ontelbare afzonderlijke deeltjes; de wedergeboorte hiervan gebeurt doordat de natuurgeesten van de ziel en de materiegeesten van het lichaam door de geest worden doorstraald en heel geleidelijk uit hun eigen wil losgemaakt worden. Iedere natuur- of materiegeest, die in de loop van zijn vergeestelijking de hoge trillingsfrequentie bereikt die de geest zelf eigen is, wordt in het geesteslichaam opgenomen.