Online boek van Carl Welkisch: De mens tussen Geest en Wereld
Reeds in het leven voorafgaand aan hun geboorte hebben ze zich steeds verder van God verwijderd en zijn hun eigen belangen te groot en sterk in hen geworden; zodoende worden ze nu in hun leven op aarde, belast door de hen opgelegde luciferische erfenis, eerder nog verder naar beneden en van God weggetrokken dan dat ze hun natuurlijk-menselijke uiterlijke wezen zouden kunnen vergeestelijken en naar God omhoog voeren.
De Zoon, mens geweest en God geworden, die alle menselijke onvolmaaktheden zelf aan zijn eigen wezen heeft ervaren, staat dichter bij de mensen dan de hemelse Vader, die nog door niemand gezien is dan door degene, die uit de Vader is. Omdat deze Zoon van God mens is geweest, wordt het voor de mensen tegenover hem gemakkelijker om zich in vertrouwen voor hem open te stellen. Het medelijden met zijn gruwelijke aardse lot van onschuldig offerlam kan en moet, gepaard aan een louterend mee-lijden, tot een steeds diepere en echtere liefde worden. En aan iedereen, die zich voor hem in liefde openstelt, schenkt hij bereidwillig zijn overwinnaarskracht, al naar de mate waarin de mens die in staat is op te nemen. Zo treedt voor de christenheid de Zoon in eerste instantie in de plaats van de Vader en wordt Jezus Christus met recht tot de God van de christenen.