Online boek van Carl Welkisch: De mens tussen Geest en Wereld

20. Over de reïncarnatieleer

Alle religies beschouwen het aardse leven als een periode binnen een ontwikkeling en stellen in het vooruitzicht dat de mens met zijn niet-lichamelijke wezen voortleeft. De leerstellingen en voorstellingen over hoe dit in zijn werk gaat zijn verschillend van aard en van allerlei vorm. In India heerst sinds lange tijd de voorstelling van de zielsverhuizing en de reïncarnatie, al vóór Boeddha’s tijd. Volgens die leer bepaalt de som van gedachten, woorden en daden van een mens - zijn » karma «  - op grond van de causale wet van oorzaak en gevolg de manier waarop hij reïncarneert.

De leer, dat de mens door zijn eigen gedrag op aarde de basis voor zijn verdere lot legt, komt echter niet alleen voor bij het geloof in reïncarnatie, maar ook in de andere religies. Het eerstgenoemde geloof verlangt van zijn serieus strevende aanhangers, die zich uit de dwang om te moeten reïncarneren willen bevrijden, niet minder aan onthouding en zedelijk gedrag dan de joods-christelijke geboden dat van hun gelovigen doen.


20. Over de reïncarnatieleer
Pagina's in dit hoofdstuk:
126, 127, 128, 129, 130, 131, 132, 133, 134, 135, 136, 137, 138, 139, 140

    
www.vergeestelijking.nl