Online boek van Carl Welkisch: De mens tussen Geest en Wereld

5. De ziel

De ziel vormt het centrum van het wezen van de mens en is de middelaar tussen geest en lichaam, tussen innerlijke en uiterlijke wereld, waar zij beide deel aan heeft. Aangezien het rechtstreeks inwerken van de geest op het lichaam absoluut niet mogelijk is zonder het bestaan ervan in gevaar te brengen, staat de ziel daar als bemiddelende schakel tussenin. Ze groeit samen met het lichaam op, waaruit vanzelfsprekend volgt dat ze niet in een of ander speciaal orgaan haar zetel heeft, maar tot in de diepste vezels met het hele lichaam verweven is. En daaruit volgt dan weer dat ze dezelfde gedaante moet hebben, ja alle speciale eigenschappen van de lichamelijke verschijningsvorm als onmiskenbare gelijkenis zal herhalen.

Het fijnstoffelijke lichaam van de ziel (het zielenlichaam) kan evenwel tijdens de slaap, bij bewusteloosheid of onder hypnose uit het fysieke lichaam uittreden en zelfs kan het zich, als de verbinding met de eigen geest sterk genoeg is, van het fysieke lichaam verwijderen (astrale reizen, bilocatie). Zolang het » zilveren koord « intact blijft, stroomt de uit de geest komende levenskracht in het fijnstoffelijke krachtveld dat nauw met het lichaam vervlochten is en houdt het lichaam in leven.


5. De ziel
Pagina's in dit hoofdstuk:
20, 21, 22, 23, 24, 25

    
www.vergeestelijking.nl