Online boek van Carl Welkisch: De mens tussen Geest en Wereld
8. De mens tussen deze en gene zijde
Met de voortschrijdende vergeestelijking van mijn ziel groeide mijn aangeboren gevoelsopenheid verder uit tot geestelijke heldervoelendheid. Stralingen van een lage trillingsfrequentie werd ik mij als een lichamelijk gevoel bewust, stralingen van hogere trillingsfrequentie door innerlijke waarneming. Op het vlak van de ziel is de scheiding tussen deze en gene zijde opgeheven; voor mijn innerlijke waarneming zijn alle mensen geestelijke wezens, en ik ervaar de ziel-geestelijke binnenmens van een in het lichaam levende niet anders als die van een overledene. Ik herken de persoon aan de karakteristieke eigenheden van zijn straling, welke tijdens het aardse leven en daarna hetzelfde zijn. In wat voor relatie geest en ziel van deze persoon ten opzichte van elkaar staan wordt echter meestal pas na een diepgaand onderzoek zichtbaar, waarbij rekening gehouden moet worden met het feit dat deze relatie aan schommelingen en veranderingen onderhevig blijft, tot uiteindelijk de volledige vereniging van geest en ziel bereikt is. Sinds mijn eigen geest op ieder moment in mijn dagbewustzijn kan doordringen geeft hij mij het vermogen om mensengeesten, die in een materieel lichaam gekleed gaan, al aan deze zijde te herkennen en met zekerheid te onderscheiden. Zo zie ik volkomen duidelijk hoe geesten uit hoge en lage sferen, die aan gene zijde strikt van elkaar gescheiden zijn, hier op aarde als mensen dicht naast elkaar wonen en elkaar tot voorbeeld van navolging en afschrikking zijn.