Online boek van Carl Welkisch: De mens tussen Geest en Wereld
Ook een geest die zijn aardse weg al achter de rug heeft blijft als innerlijke helper en begunstiger betrokken bij de aardse gang van zijn geesteskameraad. Elke aardse vertegenwoordiger heeft deze betrokkenheid en sterking vanuit zijn thuis-sfeer nodig, want hij heeft hier een bijzonder veelomvattende taak te vervullen, ook wanneer hem geen naar buiten gerichte werkzaamheid in woorden of daden wordt opgedragen. Als hij zich ondanks alle weerstanden voortdurend voor de goddelijke liefde opent en haar in zichzelf haar werk laat doen, dan dringt ze op dezelfde wijze ook door in de zielensferen van de mensheid.
Al is het misschien ook voorbehouden aan enkele Godsgezanten, toch is aan ieder mens de taak meegegeven om liefde te beoefenen en zijn eigen liefde te vergroten. Een mens wordt in de levensgemeenschap met andere zielen geplaatst om zijn eigen vergeestelijking ook aan hen ten goede te laten komen. Hoe meer hij het ik-gerichte overwint en in belangeloze liefde groeit, des te meer helpt hij niet alleen degenen die hier om hem heen zijn, maar ook de met hem verbonden zielen aan gene zijde, in het bijzonder die van zijn bloedverwanten. Deze laatste kunnen weliswaar tot dezelfde geestelijke sfeer behoren, maar meestal stammen hun geesten uit verschillende sferen, wat juist ten doel heeft om in de verbinding van hun zielen elkaar te dienen. Geen mens die naar God streeft, doet dat alleen voor zichzelf; ieder toename in belangeloze liefde straalt boven hem uit en draagt bij aan de komst van het rijk Gods.